Afdalen

Bij een flinke afdaling hoef je niet te steppen, want de zwaartekracht doet al het werk voor je. Waar je onderweg dan vooral last van hebt, is de luchtweerstand. Voor wedstrijdsteppers is het natuurlijk zaak om in een afdaling het onderste uit de kan te halen. Maar ook voor toersteppers is het natuurlijk gaaf om hard naar beneden te suizen.
Bij het begin van de afdaling is je snelheid vaak erg laag, omdat je dan meestal net een klim achter de rug hebt. Je moet dus eerst even op gang komen. Dat kun je doen door meteen een aerodynamische houding aan te nemen, maar dan duurt het best nog een tijd voordat je lekker op snelheid bent. Zorg daarom voor een goede aanvangssnelheid en maak aan het begin van de afdaling eerst een paar krachtige afzetten.
Om de luchtweerstand te minimaliseren, moet je vervolgens het lichaamsoppervlak dat wind vangt, zo klein mogelijk maken. Dat doe je door ver over je stuur te buigen, je armen dicht tegen je lichaam te drukken en je benen achter elkaar op de voetplank te zetten (zie foto).

Doe het veilig

Er zijn manieren waarop je misschien nóg sneller kunt afdalen, maar die raden wij af, omdat ze gevaarlijk zijn. Op hoge snelheid kun je immers lelijk ten val komen. Zo kun je bijvoorbeeld hurken op de voetplank. Je hebt dan echter nauwelijks nog controle over het stuur. Soms zie je ook dat steppers hun stuur onderhands vastpakken. Ook dat is gevaarlijk, omdat het stuur bij een kleine oneffenheid al snel uit je handen kan worden geslagen.
 

Sponsor:

Volg ons ook op social media

Facebooktwitteryoutube

Archief